Na ruim 70 lessen, 2 keer afrijden en 2 weken wachten, had ik m eindelijk. Het felbegeerde roze pasje.
In Delft had ik natuurlijk geen auto, dus ik wachtte met smart tot het weekend, zodat ik mijn ouders mijn rij-skills kon laten zien.
Is het eindelijk weekend… sneeuwt het.
De hele winter is het nog geen dag écht winter geweest, wil ik gaan rijden, slaat moeder natuur opeens toe met een dik pak sneeuw!
Balen, dubbel balen, maar het was niet anders. Ik had de hoop al opgegeven, mijn eerste keer rijden moest maar na het weekend gebeuren. Ik zag mezelf echt nog niet achter het stuur kruipen met sneeuw op de weg.
Mijn vader zag het blijkbaar anders. Zaterdagavond, ik kwam net uit mijn werk, zegt hij: ‘Ga je mee je broertje ophalen?’
Dad, really, you MUST be kidding me…
… Ik heb nooit in het donker gereden
… Nooit zonder instructeur gereden
… Nooit in een automaat gereden
… Nooit met sneeuw gereden
… Nooit in Houten (daar was mijn broertje) gereden
… Nooit in een auto gereden waar mijn lesauto in de laadklep paste
… Nooit met een passagier gereden
En mijn vader wilde dat ik ging rijden? No way! Mijn moeder dacht er hetzelfde over, maar mijn vader bleef erbij dat ik het wel kon.
Als hij het zo graag wilt, kan hij het krijgen ook!! Ik stap naar buiten en ga heel stoer achter het stuur van die achterlijk grote auto zitten. Toen kon ik niet meer terug natuurlijk. Ik de stoel afstellen, zit met mijn knieen tegen het dashboard om maar met mijn voeten bij de pedalen te kunnen, zet de auto in ‘Drive’, en rijd weg. Ik was nog geen 20 meter verder, of het begon al. Ik zette de auto stil. Vergeten de spiegels goed af te stellen… Afijn, spiegels gefixt, verder rijden, rustig de wijk uit rollen, ontzettend goed en overduidelijk kijken, Binnenspiegel, buitenspiegel, naast, Spiegelen, richting, voorsoorteren, het hele verhaal wat ik tijdens mijn miljoen rijlessen geleerd heb. Het ging best prima!
De wijk uit, snelweg op, echt heerlijk! Ik kan gewoon gas geven en remmen als ik wil rijden of stil staan! Geen last van de koppeling, schakelen, vervelende versnellingspoken, verkeerde versnelling, gewoon gaan! Nadeel is wel dat je totaal geen idee van snelheid hebt. Mensen die autorijden zullen het wel weten, je weet automatisch dat als je in zn 1 staat ongeveer 20 gaat, in zn 2 30 tot 40 km/h in 3 40-60, in 4 50-80 en in 5 80-100 rijdt. Natuurlijk is dat wel eens een beetje anders, maar je hebt je snelheid wel onder controle. In een schakelauto moet je echt op je snelheidsmeter kijken, of naar de auto’s om je heen, om te zien hoe snel je gaat. Is wel even wennen in het begin.
Toen kwam ik Houten binnen, ik had daar nooit gereden, dus ik kende niet de moeilijke kruispunten, rotondes, waar de verkeerslichten zaten, etc. Ik was echt aangewezen op mijn kijk-skills.
Houten is een redelijk nieuwe wijk/stad/whatever. Tenminste, het deel waar ik moest zijn. In nieuwe wijken hebben ze de vervelende tic om alles net een beetje anders in te richten dan andere wijken. Anders is het ook zo’n saaie onorginele bedoeling toch?
Zo ook de rotondes. De precieze situatie is wat lastig uit te leggen, maar het kwam erop neer dat ik vanaf de binnenste baan van de tweebaansrotonde, over een doorgetrokken streep, naar de afrit crosste, niet keek, geen richting aangaf, en later zag dat er 4 meter later een mooie aangelegde afrit vanaf die middelste baan was. Klinkt vaag? Het kwam erop neer dat ik hard faalde, en dat ik zeker was gezakt als ik die rotonde op mijn examen had moeten rijden.
Dan de wijk in waar mijn broertje was. Zo’n heerlijk ‘we doen alsof het oud is dus bouwen we kronkelige straatjes, smalle bruggetjes, en net geen brede wegen’ wijkje. Het eerste nieuwe-oudhollandse smalle bruggetje was een ramp. Ik heb geleerd om, zeker in woonwijken, een korte bocht te maken. Dus ook over dit bruggetje…
Gelukkig meldde mijn vader dat de auto een draaicirkel van minstens 300 meter had, dus heb ik bijna mijn schouder uit de kom gedraaid bij het corrigeren van mijn bocht (die auto is groot, maar dat stuur is ENORM!), en rolde ik netjes over het bruggetje.
Eindelijk kwamen we aan bij het huis waar mijn broertje was. Mijn broertje keek naar de auto ‘joepie, papa is er om me op te halen’ keek naar de passagiersstoel, zag mijn vader daar zitten, trok een onbegrijpend hoofd, keek naar de bestuurdersstoel, zag mij daar zitten, en trok een gezicht wat het meest weghad van een kruising tussen doodsangst en ongeloof dat ik de auto bestuurde en de auto nog heel was. Zie je het voor je? Ik lachte me kapot
Mijn broertje in de auto gesleept, vastgebonden, (nee hoor, het viel wel mee, eigenlijk vond hij het wel cool om bij zijn zus achterin te zitten) en weer terug gereden. Over de bruggetjes het wijkje uit, rustig door besneeuwde bochten, netjes over de killer-rotonde, en heel rustig afgeremd voor een verkeerslicht. Nog een mooi moment: Ik sta stil voor dat verkeerslicht, een Audimobilist komt naast me staan. Hij kijkt redelijk impressed naar mijn vaders auto, kijkt naar de bestuurder, en ziet mij daar zitten. Zelfde gezichtsuitdrukking als mijn broertje. Hij was ook opvallend snel weg toen het licht op groen sprong…
20 minuten daarna waren mijn vader, mijn broertje en ik thuis. We hadden het overleefd, en mijn broertje vertelde tegen mijn grotere kleine broertje dat het ‘nog best meeviel’, en vroeg meteen of ik hem voortaan naar sport kon rijden. Mooi compliment toch?
Komende tijd nog maar eens vaker eropuit met die auto, niet alleen omdat hij chill rijdt, maar vooral om andere automobilisten de stuipen op het lijf te jagen.
Gewoon, omdat het kan
Recent Comments